ECLI:NL:HR:2007:AZ4851
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fiscale behandeling van kosten rechtsbijstand bij ontslag
In 2001 werd de werkgever van belanghebbende gesloten en kreeg hij ontslag. Belanghebbende werd ernstig ziek en liet zich bijstaan door een advocaat, waarvan de kosten in 2002 € 4.913 bedroegen. Onder de oude Wet op de inkomstenbelasting 1964 waren deze kosten aftrekbaar, maar onder de Wet inkomstenbelasting 2001 is dat niet meer mogelijk. Wel kunnen deze kosten belastingvrij worden vergoed.
De conclusie van de procureur-generaal stelt dat de kosten van rechtsbijstand bij ontslag niet conflictgevoelig zijn en dat het niet redelijk is te verwachten dat werkgevers deze kosten vergoeden. De regering negeert dat werknemers die het geding verliezen deze kosten zelf moeten dragen. Hierdoor ontstaat discriminatie van werknemers die deze kosten maken.
De Hoge Raad overweegt dat de wetgever in redelijkheid heeft kunnen kiezen voor het schrappen van aftrek en het handhaven van vrijstelling voor vergoeding, mede vanwege uitvoeringsproblemen en het voorkomen van lastendrukverzwaring. De wetgever mag ervan uitgaan dat werkgevers noodzakelijke kosten vergoeden. De Hoge Raad laat het aan de wetgever over om eventuele reparatie van de wetgeving te regelen.
De uitspraak wordt niet gepubliceerd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de ruime beoordelingsvrijheid van de wetgever bij het uitsluiten van aftrek van kosten rechtsbijstand bij ontslag en laat reparatie aan de wetgever over.