Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2007:AZ4672

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 februari 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
00120/06 P
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit oplichting

De zaak betreft een cassatieberoep van betrokkene tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden van 11 november 2005, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van €959.722,39 uit oplichting werd toegewezen.

Betrokkene voerde onder meer een beroep op overschrijding van de redelijke termijn en stelde dat het hof had verzuimd te beslissen op een verzoek tot nader onderzoek. De Advocaat-Generaal adviseerde de verwerping van het beroep.

De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen gronden aanwezig waren voor ambtshalve vernietiging van het arrest. Daarom werd het cassatieberoep verworpen zonder nadere motivering, mede gelet op artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering.

Het arrest werd uitgesproken door de vice-president F.H. Koster als voorzitter en de raadsheren J.P. Balkema en J. de Hullu op 6 februari 2007.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

6 februari 2007
Strafkamer
nr. 00120/06 P
ZK/CAW
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden van 11 november 2005, nummer 24/000767-03, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1959, zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze hebben mr. G.P. Hamer en mr. B.P. de Boer. Beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het beroep zal verwerpen.
2. Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot de beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Slotsom
Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moet het beroep worden verworpen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J. de Hullu, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op
6 februari 2007.