ECLI:NL:HR:2007:AZ4664
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- E.J. Numann
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt recht op inzage en kopieën persoonsgegevens bij bank volgens Wbp
In deze zaak vorderde een voormalige cliënt van Dexia Bank Nederland N.V. op grond van art. 46 lid 1 Wbp Pro inzage en afschriften van alle persoonsgegevens die de bank over hem verwerkt, inclusief kopieën van documenten en transcripties van telefoongesprekken. Dexia weigerde dit verzoek deels met een beroep op art. 43 Wbp Pro en stelde dat het verzoek misbruik van recht was en de administratieve lasten disproportioneel.
De rechtbank wees het verzoek deels toe en deels af, waarna Dexia hoger beroep instelde. Het hof oordeelde dat het verzoek van de cliënt een individueel, serieus verzoek was en dat Dexia onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de administratieve lasten disproportioneel waren. Het hof bepaalde dat Dexia kopieën en transcripties moest verstrekken, behoudens bijzondere omstandigheden.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof, benadrukte dat de Wbp conform de Europese richtlijn ruim moet worden uitgelegd en dat de betrokkene recht heeft op volledige en transparante informatie over zijn persoonsgegevens. De Hoge Raad oordeelde dat art. 843a Rv. niet aan art. 35 Wbp Pro afbreuk doet en dat het beroep van Dexia op misbruik van recht en disproportionele lasten onvoldoende was onderbouwd. Ook bevestigde de Hoge Raad dat bandopnamen van telefoongesprekken als bestand in de zin van de Wbp moeten worden beschouwd.
De Hoge Raad vernietigde de beschikking van het hof en verwees de zaak voor verdere behandeling naar het gerechtshof Arnhem. Tevens veroordeelde zij de cliënt in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking van het hof en verwijst de zaak naar het gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling.