ECLI:NL:HR:2007:AZ4087
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt kwalificatie schuifkolven als wezenlijke wapendelen onder WWM
In deze strafzaak stond centraal of schuifkolven met sluitveerstang en sluitveer als onderdelen van wezenlijke aard voor automatische vuurwapens kunnen worden aangemerkt volgens de Wet wapens en munitie (WWM). Het hof had bewezen verklaard dat verdachte op 19 maart 2003 te Schiphol zonder toestemming 526 van deze onderdelen uit Iran had binnengebracht, bestemd voor een automatisch geweer van het merk Heckler & Koch, model G3A4.
De bewijslast werd gedragen door verklaringen van de verdachte, proces-verbaal van de Koninklijke Marechaussee en een deskundigenrapport van het Nederlands Forensisch Instituut, waarin werd vastgesteld dat deze onderdelen onontbeerlijk zijn voor het volautomatisch en semi-automatisch functioneren van het wapen. De verdediging stelde dat het hof ten onrechte deze onderdelen als wezenlijk had gekwalificeerd, maar de Hoge Raad oordeelde dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had en het oordeel niet onbegrijpelijk was.
De Hoge Raad benadrukte dat de WWM niet beperkt is tot de in de Circulaire wapens en munitie 1997 genoemde onderdelen en dat ook de Europese richtlijnen geen beperktere maatstaf voorschrijven. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de veroordeling van de verdachte wegens handelen in strijd met artikel 14, eerste lid, WWM, inclusief verbeurdverklaring, werd bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor het zonder toestemming binnenbrengen van wezenlijke wapendelen wordt bevestigd.