ECLI:NL:HR:2007:AZ3536

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 februari 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C05/338HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geschil over verrotting van naar Ghana verscheepte appels tussen koper en verkoper

Grobohama Ltd., een vennootschap naar buitenlands recht gevestigd in Ghana, vorderde betaling van €33.847,86 van [verweerster] wegens een geschil over een partij appels die naar Ghana waren verscheept en aldaar als verrot werden geconstateerd. De rechtbank Utrecht veroordeelde [verweerster] tot betaling van een deel van het gevorderde bedrag, maar wees het overige af. [Verweerster] stelde hoger beroep in bij het hof Amsterdam, dat het vonnis van de rechtbank vernietigde en de vordering van Grobohama afwees.

Grobohama stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en wees het beroep af zonder nadere motivering, conform artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad veroordeelde Grobohama in de kosten van het geding in cassatie, begroot op nihil aan de zijde van [verweerster]. Het arrest werd gewezen door raadsheren Van Buchem-Spapens, Van Oven, Asser en uitgesproken door Numann op 9 februari 2007.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van Grobohama en bevestigt de afwijzing van haar vordering.

Uitspraak

9 februari 2007
Eerste Kamer
Nr. C05/338HR
MK/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
De vennootschap naar buitenlands recht GROBOHAMA LTD.,
statutair gevestigd te Accra, Ghana,
EISERES tot cassatie,
advocaten: mrs. M.D. Winter en A.J.F. Gonesh,
t e g e n
[Verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiseres tot cassatie - verder te noemen: Grobohama - heeft bij exploot van 25 maart 2002 - verweerster in cassatie - verder te noemen: [verweerster] - gedagvaard voor de rechtbank te Utrecht en gevorderd [verweerster] te veroordelen om aan Grobohama te betalen een bedrag van € 33.847,86, te vermeerderen met de wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten.
[Verweerster] heeft de vordering bestreden en een reconventionele vordering ingesteld.
De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 6 november 2002 een comparitie van partijen gelast en bij tussenvonnis van 4 januari 2003 Grobohama tot bewijslevering toegelaten. Bij eindvonnis van 13 augustus 2003 heeft de rechtbank in conventie [verweerster] veroordeeld om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Grobohama een bedrag van € 11.344,56 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente, het meer of anders gevorderde afgewezen en in reconventie de vorderingen afgewezen.
Tegen dit eindvonnis van de rechtbank heeft [verweerster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij arrest van 21 juli 2005 heeft het hof het vonnis van de rechtbank, voorzover in conventie gewezen, vernietigd en in zoverre opnieuw rechtdoende, de vordering van Grobohama afgewezen. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank, voorzover in reconventie gewezen, bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft Grobohama beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen de niet verschenen [verweerster] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Grobohama in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 9 februari 2007.