ECLI:NL:HR:2007:AZ3307
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging veroordeling medeplegen moord op pasgeborene zonder toepassing geprivilegieerde strafbepalingen
De verdachte is door het hof veroordeeld voor medeplegen van moord op een pasgeboren kind, gepleegd op 17 oktober 2003 te 's-Gravenhage. Het hof heeft het beroep van de verdachte verworpen dat de geprivilegieerde strafbepalingen van de artikelen 290 en 291 Sr van toepassing zouden zijn, welke strafvermindering bieden aan de moeder die haar kind onder bijzondere omstandigheden van het leven berooft.
De verdediging voerde aan dat de verdachte, hoewel niet de moeder, aanspraak zou moeten maken op deze strafvermindering vanwege een vrees voor ontdekking van de geboorte. Het hof oordeelde dat deze strafverminderingsgrond specifiek is bedoeld voor de moeder vanwege haar bijzondere gemoedstoestand en niet van toepassing is op anderen die deelnemen aan het delict.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof en verwerpt het cassatieberoep. Er is geen sprake van een relevante strafverminderende gemoedstoestand bij de verdachte. Het hof heeft het vonnis van negen jaar gevangenisstraf voor medeplegen moord terecht uitgesproken en het beroep op de artikelen 290 en 291 Sr terecht afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte tot negen jaar gevangenisstraf voor medeplegen van moord zonder toepassing van de geprivilegieerde strafbepalingen.