ECLI:NL:HR:2007:AZ2527
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring mishandeling ondanks twijfel getuigenverklaring
Op 14 juni 2004 mishandelde verdachte zijn neef door hem krachtig met een geschoeide voet tegen de rechterarm te schoppen, wat letsel en pijn veroorzaakte. Dit werd bewezen verklaard op basis van verklaringen van het slachtoffer, een getuige en de verdachte zelf, alsmede een medische verklaring.
Het hof bevestigde in hoger beroep de veroordeling van verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een geldboete. Verdachte stelde in cassatie onder meer dat het hof de verklaring van een getuige onjuist had geïnterpreteerd, omdat deze aangaf niet zeker te weten of het slachtoffer daadwerkelijk geraakt was en op welk lichaamsdeel.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de getuigenverklaring op een begrijpelijke wijze had gelezen en dat het hof terecht tot een bewezenverklaring was gekomen. De overige middelen faalden eveneens, zodat het cassatieberoep werd verworpen en de veroordeling in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en de veroordeling voor mishandeling blijft in stand.