ECLI:NL:HR:2007:AZ0357
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat herinrichting alleen baatbelasting oplevert bij wezenlijke wijziging voorzieningen
De gemeente Breda startte in 1994 met de herinrichting van haar binnenstad en verhaalde een groot deel van de kosten via baatbelasting. Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag en ging in beroep bij het Hof 's-Hertogenbosch, maar verloor. De Hoge Raad vernietigde deze uitspraak en verwees de zaak naar het Hof 's-Gravenhage. Dit Hof oordeelde dat de herinrichting niet leidde tot een wezenlijke verandering van het geheel van voorzieningen in het gebied ten opzichte van de oude situatie.
De Hoge Raad bevestigt dat een herinrichting alleen als voorziening in de zin van de wet geldt als het geheel van voorzieningen wezenlijk is gewijzigd in inrichting, aard of omvang ten opzichte van de oorspronkelijke toestand of de laatste herinrichting. Onderdelen die louter onderhoud betreffen, maken geen deel uit van de voorziening en moeten worden afgesplitst.
Het Hof heeft het toetsingskader van het verwijzingsarrest juist toegepast en het feitelijke oordeel dat geen wezenlijke wijziging heeft plaatsgevonden is niet onbegrijpelijk. Daarom wordt het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard omdat de herinrichting niet heeft geleid tot een wezenlijke wijziging van het geheel van voorzieningen.