ECLI:NL:HR:2007:AU8553
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- L. Monné
- C.J.J. van Maanen
- C.A. Streefkerk
- J.W.M. Tijnagel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling kwalificatie woning als eigen woning voor aftrek onderhoudskosten
Belanghebbende kocht in 1996 een woning in Italië. De centrale vraag was of deze woning moest worden aangemerkt als eigen woning in de zin van artikel 42a, lid 8, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, of als een beleggingsobject. Deze kwalificatie is van belang voor de aftrek van kosten, lasten en afschrijvingen.
De Inspecteur kwalificeerde de woning als beleggingsobject en weigerde aftrek van onderhoudskosten. Het Hof legde de bewijslast bij belanghebbende, die dit betwistte. De Hoge Raad oordeelde dat een redelijke verdeling van de bewijslast vereist dat belanghebbende de feiten die zijn kwalificatie ondersteunen aannemelijk maakt tegenover de betwisting van de Inspecteur.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel dat de bewijslast onjuist was gelegd en verklaarde het beroep ongegrond. Andere middelen werden niet inhoudelijk behandeld omdat deze geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen.
De Hoge Raad wees geen proceskosten toe en bevestigde het oordeel van het Hof dat de woning niet als eigen woning kan worden aangemerkt zonder voldoende bewijs van belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat de bewijslast bij belanghebbende ligt voor de kwalificatie van de woning als eigen woning.