ECLI:NL:HR:2006:AZ2727
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van herzieningsverzoek inzake verduisteringsvonnis uit 1970
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een in 1970 definitief geworden vonnis van de Rechtbank Maastricht, waarbij de aanvrager werd veroordeeld voor twee feiten van verduistering tot een gevangenisstraf van acht maanden, waarvan drie voorwaardelijk.
De aanvrager heeft meerdere malen eerder een herzieningsverzoek ingediend, die allen niet-ontvankelijk werden verklaard omdat de aangevoerde gronden niet voldeden aan de wettelijke eisen. Ook het onderhavige verzoek steunt vrijwel geheel op dezelfde gronden als de eerdere verzoeken.
De Hoge Raad beoordeelt dat de aangevoerde omstandigheden niet voldoen aan de vereisten van artikel 457 Sv Pro, omdat zij geen nieuwe feiten of bewijsmiddelen bevatten die het vermoeden wekken dat het onderzoek tot een andere uitkomst zou leiden. Een bijgevoegd kwitantiebewijsstuk wordt niet relevant geacht vanwege afwijkende datum, tenaamstelling en bedrag.
Daarom verklaart de Hoge Raad het herzieningsverzoek niet-ontvankelijk en bevestigt daarmee het eerdere vonnis en de eerdere beslissingen over de herzieningsverzoeken.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard.