ECLI:NL:HR:2006:AZ1800
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onvoldoende nieuwe feiten bij medeplegen moord en uitlokking poging moord
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een arrest van het Gerechtshof Amsterdam, waarin de aanvrager is veroordeeld voor medeplegen van moord en uitlokking van poging tot moord. Het hof had de aanvrager veroordeeld tot vijftien jaar gevangenisstraf.
De aanvrager stelde dat hij het feit niet in vereniging, maar alleen had begaan, en dat dit tot een minder zware straf zou moeten leiden. De Hoge Raad overwoog dat een minder zware strafbepaling in de zin van artikel 457 Sv Pro een strafbepaling is die een lichtere straf bedreigt, en niet slechts een lagere strafoplegging door de rechter. De aangevoerde omstandigheden konden daarom geen grond vormen voor herziening.
Verder herhaalde de aanvrager zijn ontkenning van betrokkenheid bij het tweede feit, maar dit was reeds bekend bij de rechter en kon dus geen nieuwe omstandigheid vormen. De Hoge Raad concludeerde dat de aanvrage kennelijk ongegrond was en wees het verzoek tot herziening af.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt afgewezen vanwege het ontbreken van nieuwe feiten die tot een andere strafoplegging zouden leiden.