ECLI:NL:HR:2006:AZ1700
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens onjuistheid verzekering motorrijtuig op 31 maart 2001
De zaak betreft een herzieningsverzoek van een vonnis van de Kantonrechter te Maastricht uit 2002, waarin de aanvrager werd veroordeeld wegens het rijden zonder geldige motorrijtuigverzekering op 31 maart 2001.
Bij de herzieningsaanvraag werd een verklaring overgelegd van de verzekeraar dat op genoemde datum een verzekering van kracht was die voldeed aan de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (WAM). Nadere berichten van de verzekeraar en het Centraal Register WAM bevestigden dit.
De Advocaat-Generaal concludeerde dat de herzieningsaanvraag gegrond was, omdat de Kantonrechter bij kennis van deze feiten de aanvrager waarschijnlijk vrijgesproken zou hebben.
De Hoge Raad oordeelde dat er een omstandigheid bestond als bedoeld in artikel 457 Sv Pro, waardoor de herziening gegrond werd verklaard. De tenuitvoerlegging van het vonnis werd geschorst en de zaak werd verwezen naar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor hernieuwde behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor nieuwe behandeling.