ECLI:NL:HR:2006:AZ0757

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 november 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C05/254HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling dekking arbeidsongeschiktheidsverzekering en uitleg polisvoorwaarden

Eiseres heeft een geschil met verzekeraar Interpolis over de dekking van een arbeidsongeschiktheidsverzekering, specifiek over de uitleg van de polisvoorwaarden van rubriek B. Na een procedure bij de rechtbank te Breda en hoger beroep bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch, waarbij het hof de vordering van eiseres afwees, stelde eiseres beroep in cassatie in.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Er is geen noodzaak tot nadere motivering omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.

Het arrest bevestigt daarmee het oordeel van het hof en wijst het beroep van eiseres af. Eiseres wordt veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en de vordering tot polisdekking afgewezen.

Uitspraak

17 november 2006
Eerste Kamer
Nr. C05/254HR
RM/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens,
t e g e n
N.V. INTERPOLIS SCHADE,
gevestigd te Tilburg,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - heeft bij exploot van 26 september 2001 verweerster in cassatie - verder te noemen: Interpolis - gedagvaard voor de rechtbank te Breda en, na wijziging van eis, gevorderd Interpolis te veroordelen om aan [eiseres] polisdekking te geven ter zake van de AO-polis rubriek B en wel voor een percentage van tenminste 35-45% dan wel die beslissing te geven die de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren.
Interpolis heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 12 november 2002 een comparitie van partijen gelast.
Tegen dit vonnis heeft Interpolis hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Bij arrest van 17 mei 2005 heeft het hof het vonnis waarvan beroep vernietigd en, opnieuw rechtdoende, de vordering van [eiseres] afgewezen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Interpolis heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor Interpolis mede door mr. F.M. Ruitenbeek-Bart, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Interpolis begroot op € 362,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, A. Hammerstein en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 17 november 2006.