ECLI:NL:HR:2006:AZ0634
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de motivering van oplegging terbeschikkingstelling bij medeplegen moord
De verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld wegens medeplegen van moord en het handelen in strijd met de Wet wapens en munitie, met oplegging van zeven jaren gevangenisstraf en terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging.
Het cassatieberoep richtte zich onder meer op de motivering van de maatregel van terbeschikkingstelling en het gebruik van een gedragskundig rapport dat ouder was dan een jaar. De Hoge Raad oordeelde dat het rapport dat behoort tot de overige adviezen en rapporten als bedoeld in art. 37a, vierde lid, Sr, ook kan worden meegewogen zonder te voldoen aan het actualiteitsvereiste van art. 37, tweede lid, Sr, indien de rechter zich tevens baseert op twee actuele gedragskundige rapporten.
De Hoge Raad verwierp het middel en bevestigde dat het hof voldoende gemotiveerd had en dat het beroep niet tot cassatie kon leiden. Het arrest werd uitgesproken op 5 december 2006 door de strafkamer van de Hoge Raad.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling tot zeven jaar gevangenisstraf en terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging.