ECLI:NL:HR:2006:AZ0141
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- E.J. Numann
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging beschikking inzake machtiging voortgezet verblijf psychiatrisch ziekenhuis wegens formeel gebrek
Betrokkene verbleef in een psychiatrisch ziekenhuis op basis van een machtiging tot voortgezet verblijf die op 1 mei 2006 verliep. Na intrekking van het voorwaardelijk ontslag vroeg de officier van justitie een voorwaardelijke machtiging aan, gevolgd door een subsidiair verzoek tot machtiging voortgezet verblijf. De rechtbank verleende het subsidiaire verzoek, maar de Hoge Raad stelde vast dat de geneeskundige verklaring niet door de geneesheer-directeur zelf was ondertekend, zoals vereist volgens de Wet Bopz.
De Hoge Raad oordeelde dat een verklaring van de geneesheer-directeur noodzakelijk is en dat een brief van diens secretaresse of een verklaring van een niet-betrokken psychiater zonder instemming van de geneesheer-directeur niet volstaat. Ook werd geoordeeld dat het verblijf na het verlopen van de machtiging als vrijwillig moest worden beschouwd, maar dat dit niet leidde tot niet-ontvankelijkheid van het verzoek.
De Hoge Raad vernietigde de beschikking en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling, waarbij moet worden onderzocht of het subsidiaire verzoek alsnog kan worden toegewezen na overlegging van de vereiste geneeskundige verklaring. De uitspraak benadrukt de strikte eisen aan de geneeskundige verklaring bij machtigingen tot gedwongen opname en voortgezet verblijf.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking wegens het ontbreken van een juiste geneeskundige verklaring en verwijst de zaak terug naar de rechtbank.