ECLI:NL:HR:2006:AY9978
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- J.C. van Oven
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt nietigheid ontslag op staande voet en afwijzing loonvoorschot
Verzoekster, woonachtig op Curaçao, stelde in kort geding dat haar ontslag op staande voet wegens een dringende reden nietig was en vorderde loonbetaling bij wijze van voorschot vanaf 1 maart 2004 totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zou zijn beëindigd. De rechtbank veroordeelde de Bank tot betaling van een voorschot, maar het hof vernietigde dit vonnis en wees de vordering af.
Verzoekster stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
Het cassatieberoep werd verworpen en verzoekster werd veroordeeld in de kosten van het geding. Hiermee bleef het oordeel van het hof dat de loonvoorschotvordering niet toewijsbaar was, in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van de loonvoorschotvordering.