ECLI:NL:HR:2006:AY9978

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 november 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R05/053HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • H.A.M. Aaftink
  • O. de Savornin Lohman
  • J.C. van Oven
  • W.D.H. Asser
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt nietigheid ontslag op staande voet en afwijzing loonvoorschot

Verzoekster, woonachtig op Curaçao, stelde in kort geding dat haar ontslag op staande voet wegens een dringende reden nietig was en vorderde loonbetaling bij wijze van voorschot vanaf 1 maart 2004 totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zou zijn beëindigd. De rechtbank veroordeelde de Bank tot betaling van een voorschot, maar het hof vernietigde dit vonnis en wees de vordering af.

Verzoekster stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

Het cassatieberoep werd verworpen en verzoekster werd veroordeeld in de kosten van het geding. Hiermee bleef het oordeel van het hof dat de loonvoorschotvordering niet toewijsbaar was, in stand.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van de loonvoorschotvordering.

Uitspraak

3 november 2006
Eerste Kamer
Nr. R05/053HR
MK/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende op Curaçao, Nederlandse Antillen,
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. J.A. Meijer,
t e g e n
SG PRIVATE BANKING CURAÇAO N.V.,
gevestigd op Curaçao, Nederlandse Antillen,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. D. Rijpma.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 14 april 2004 ter griffie van het gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen en Aruba, zittingsplaats Curaçao, ingekomen verzoekschrift heeft verzoekster tot cassatie - verder te noemen: [verzoekster] - zich gewend tot dat gerecht en, in kort geding, verzocht verweerster in cassatie - verder te noemen: de Bank - te veroordelen tot doorbetaling van loon - bij wege van voorschot - vanaf 1 maart 2004, althans vanaf een door het gerecht te bepalen datum, totdat de arbeidsovereenkomst van partijen op rechtsgeldige wijze zal zijn beeindigd, vermeerderd met rent en kosten.
De Bank heeft de vordering bestreden.
Het gerecht heeft bij vonnis van 18 mei 2004 de Bank veroordeeld tot betaling aan [verzoekster] van Naf 11.200,-- en het meer of anders gevorderde afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft de Bank hoger beroep ingesteld bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, hierna: het hof.
Bij vonnis van 1 maart 2005 heeft het hof het vonnis van het gerecht vernietigd en, opnieuw rechtdoende, de vordering van [verzoekster] alsnog afgewezen.
Het vonnis van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het vonnis van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Bank heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verzoekster] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Bank begroot op € 148,38 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.D.H. Asser op 3 november 2006.