ECLI:NL:HR:2006:AY9711

Hoge Raad

Datum uitspraak
3 november 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C06/073HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing bestuurdersaansprakelijkheid wegens misleidende prognoses en onttrekking onderhoudsgelden

De Stichting, die de belangen behartigt van gedupeerde beleggers in teak-aanplantprojecten in Costa Rica, vorderde bij de rechtbank een verklaring voor recht dat de bestuurder van de bemiddelende vennootschap en de vennootschap zelf hoofdelijk aansprakelijk zijn voor schade door misleidende prognoses en onttrekking van onderhoudsgelden.

De rechtbank wees de vorderingen tegen de bestuurder af maar kende deze toe tegen de vennootschap. De Stichting stelde hoger beroep in, maar het gerechtshof bekrachtigde het vonnis. Vervolgens stelde de Stichting beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en verwierp het beroep zonder nadere motivering, conform artikel 81 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering. De Stichting werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

Het arrest bevestigt daarmee de eerdere beslissingen dat de bestuurder niet persoonlijk aansprakelijk is voor de door de Stichting gestelde tekortkomingen en onrechtmatige daad, ondanks de misleidende prognoses en onttrekking van onderhoudsgelden aan het trustfonds.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de Stichting wordt verworpen en de bestuurdersaansprakelijkheid wordt afgewezen.

Uitspraak

3 november 2006
Eerste Kamer
Nr. C06/073HR
MK/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
STICHTING TEAK-OPSTAND,
gevestigd te Sittard,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. A.L.C.M. Oomen,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. R.M. Schutte.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiseres tot cassatie - verder te noemen: de Stichting - heeft bij exploot van 22 december 2000 verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - en Bosque Teca Verde S.A., een besloten vennootschap naar het recht van Costa Rica - verder te noemen: BTV - gedagvaard voor de rechtbank te 's-Gravenhage en gevorderd, na wijziging van eis, voorzover in cassatie van belang, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, een verklaring voor recht dat [verweerder] en BTV hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de door de Stichting geleden en nog te lijden schade uit hoofde van een toerekenbare tekortkoming dan wel onrechtmatige daad gepleegd door [verweerder] en BTV jegens de Stichting en gevorderd dat de schade dient te worden opgemaakt bij staat.
[Verweerder] heeft de vordering bestreden. BTV is in de gehele procedure niet verschenen.
De rechtbank heeft bij vonnis van 14 mei 2003 de vorderingen tegen BTV toegewezen en de vorderingen tegen [verweerder] afgewezen.
Tegen het vonnis heeft de Stichting hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij arrest van 22 november 2005 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft de Stichting beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [verweerder] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de Stichting in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 367,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, A.M.J. van Buchem-Spapens en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.D.H. Asser op 3 november 2006.