ECLI:NL:HR:2006:AY9576
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid openen FedEx-zending zonder rechterlijk bevel bij toestemming afzender
In deze strafzaak betrof het geschil de rechtmatigheid van het openen van een door FedEx vervoerde enveloppe die bestemd was voor de verdachte. Het hof had vastgesteld dat de afzender door het gebruik van FedEx en het invullen van de airwaybill akkoord was gegaan met het openen van de zending, ook zonder rechterlijk bevel, conform artikel 26 van Pro de Douanewet.
De verdediging voerde aan dat het openen van de binnenenveloppe onrechtmatig was omdat geen rechterlijk bevel was verkregen, en dat daardoor het briefgeheim was geschonden. Het hof verwierp dit verweer op basis van verklaringen van getuigen en de contractuele voorwaarden van FedEx.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf wegens overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, en verminderde de straf tot zeven jaar en acht maanden. Het beroep werd voor het overige verworpen, waarmee de rechtmatigheid van het openen van de enveloppe zonder rechterlijk bevel werd bevestigd.
Deze uitspraak benadrukt dat toestemming van de afzender via contractuele voorwaarden een rechterlijk bevel kan vervangen bij het openen van zendingen door vervoerders, en bevestigt de toepassing van artikel 26 Douanewet Pro in samenhang met dergelijke contracten.
Uitkomst: De straf werd verminderd tot zeven jaar en acht maanden gevangenisstraf; het openen van de FedEx-zending zonder rechterlijk bevel was rechtmatig wegens toestemming afzender.