ECLI:NL:HR:2006:AY8650
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Vervreemding kapitaalverzekering met lijfrenteclausule aan binnenlander met verrekenbare verliezen, schijnhandeling
Belanghebbende kreeg voor 1990 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd en later een navorderingsaanslag, die na bezwaar werd verminderd. Het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en stelde de aanslag bij tot een belastbaar inkomen van ƒ 305.512, waarvan een deel werd belast volgens artikel 57 Wet Pro op de inkomstenbelasting 1964.
In cassatie betoogde belanghebbende dat de afkoop van de kapitaalverzekeringen geen risico-overgang inhield en dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden. Het Hof had echter geoordeeld dat belanghebbende, via tussenpersonen, de polissen had afgekocht en dat het rentebestanddeel als inkomen moest worden belast.
De Hoge Raad verwierp de klachten over het bewijsoordeel van het Hof en de uitleg van het gelijkheidsbeginsel. Ook oordeelde de Hoge Raad dat het Hof niet gehouden was tot nadere motivering omdat de risico-overgang niet in het debat was betrokken. De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de navorderingsaanslag zoals vastgesteld door het Hof.