ECLI:NL:HR:2006:AY8288
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt aansprakelijkheid vervoerder ondanks cocaïne in lading koffie
In deze zaak staat een geschil centraal tussen de koper van een lading koffie en de zeevervoerder over de aansprakelijkheid voor schade geleden door de aanwezigheid van cocaïne in de lading na lossing in Dubai. De lading koffie werd vervoerd onder een cognossement van Colombia via Nederland naar Dubai.
De eisers vorderden betaling van ruim 11 miljoen USD wegens de geleden schade, stellende dat de vervoerder aansprakelijk is ondanks het cognossement. De vervoerder betwistte dit en voerde aan dat het cognossement vrijtekening van aansprakelijkheid bevat.
De rechtbank stond bewijslevering toe, maar het gerechtshof vernietigde het vonnis van de rechtbank en wees de vordering af. De eisers stelden vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten in het cassatieberoep niet leiden tot cassatie en bevestigde daarmee het arrest van het hof. De Hoge Raad stelde dat het cognossement geen vrijtekening van aansprakelijkheid biedt voor de schade door de cocaïne in de lading en veroordeelde de eisers in de kosten van het geding.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.