ECLI:NL:HR:2006:AY7919

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 september 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C05/178HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:173 BWArt. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing aansprakelijkheid Nationale Postcode Loterij wegens incassoblokkade

Een deelnemer aan de Nationale Postcode Loterij stelde de loterij aansprakelijk wegens het gebruik van ondeugdelijke hardware en software die leidde tot een tijdelijke incassoblokkade, waardoor hij prijzengeld misliep. Hij vorderde onder meer schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad en toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst.

De rechtbank wees de vorderingen af en veroordeelde de eiser in de proceskosten. Ook het gerechtshof bekrachtigde dit vonnis en wees de vorderingen af. Tegen dit arrest stelde de eiser beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het cassatieberoep werd verworpen en de eiser werd veroordeeld in de proceskosten van het cassatiegeding.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de deelnemer wordt verworpen en de eerdere afwijzing van zijn vorderingen bevestigd.

Uitspraak

29 september 2006
Eerste Kamer
Nr. C05/178HR
JMH/MK
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. J.G. Pherai,
t e g e n
NATIONALE POSTCODE LOTERIJ N.V., voorheen de Stichting Nationale Postcodeloterij,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. R.M. Schutte.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploot van 16 december 2002 verweerster in cassatie - verder te noemen: NPL - gedagvaard voor de rechtbank te Amsterdam en gevorderd voor recht te verklaren:
1. dat NPL door gebruik te maken van ondeugdelijke hardware en software een gebrekkige zaak heeft gemaakt en daardoor op grond van art. 6:173 BW Pro aansprakelijk is;
2. dat NPL aansprakelijk is wegens het niet nakomen van de op haar rustende verplichtingen uit de met hem gesloten overeenkomst van opdracht toerekenbaar tekort is geschoten in de uitvoering van de met hem gesloten overeenkomst;
3. dat NPL door het niet naleven van de op haar rustende zorgplicht en het maken van een onjuiste belangenafweging onrechtmatig heeft gehandeld jegens hem en dat dit onrechtmatig handelen NPL kan worden toegerekend en op grond waarvan NPL jegens hem aansprakelijk is;
4. NPL te veroordelen om aan hem te voldoen de door hem als gevolg van de toerekenbare tekortkoming en onrechtmatig handelen zijdens NPL ter zake van de inning van verschuldigde inleggelden geleden en nog te lijden schade nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 november 2002;
5. NPL te veroordelen tot betaling van de proceskosten en buitengerechtelijke kosten van dit geding.
NPL heeft de vorderingen bestreden.
De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 16 april 2003 een comparitie van partijen gelast. Bij eindvonnis van 28 januari 2004 heeft de rechtbank het gevorderde afgewezen en uitvoerbaar bij voorraad [eiser] in de kosten van het geding veroordeeld.
Tegen het eindvonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. NPL heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.
Bij arrest van 24 maart 2005 heeft het hof in het principaal beroep het eindvonnis van de rechtbank bekrachtigd en [eiser] verwezen in de proceskosten van het hoger beroep.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
NPL heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van NPL begroot op € 362,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 29 september 2006.