ECLI:NL:HR:2006:AY7918

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 november 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C05/118HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • D.H. Beukenhorst
  • O. de Savornin Lohman
  • J.C. van Oven
  • F.B. Bakels
  • W.D.H. Asser
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 79 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Internationale bevoegdheid Nederlandse rechter bij forumkeuze in overeenkomst tussen Nederlandse en Duitse vennootschap

In deze zaak stond de vraag centraal of de Nederlandse rechter internationaal bevoegd was krachtens een forumkeuzeclausule in een overeenkomst tussen Aquvex Trade B.V., een Nederlandse vennootschap, en Likom Products GmbH, een Duitse vennootschap. Aquvex vorderde betaling van aanzienlijke bedragen, maar Likom stelde dat de Nederlandse rechter onbevoegd was.

De rechtbank verklaarde zich onbevoegd, hetgeen door Aquvex werd aangevochten bij het gerechtshof. Na bewijslevering en getuigenverhoren bevestigde het hof het vonnis van onbevoegdheid. Aquvex stelde vervolgens cassatieberoep in tegen dit eindarrest.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen. Het cassatieberoep werd verworpen en Aquvex werd veroordeeld in de kosten van het geding.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Aquvex werd verworpen en de eerdere onbevoegdverklaring van de Nederlandse rechter werd bevestigd.

Uitspraak

10 november 2006
Eerste Kamer
Nr. C05/118HR
RM/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
AQUVEX TRADE B.V.,
gevestigd te Waalwijk,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. A.L.C.M. Oomen,
t e g e n
de vennootschap naar Duits recht LIKOM PRODUCTS GMBH,
gevestigd te Mainz, Duitsland,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. F.E. Vermeulen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiseres tot cassatie - verder te noemen: Aquvex - heeft bij exploot van 9 april 1996 verweerster in cassatie - verder te noemen: Likom - gedagvaard voor de rechtbank te 's-Hertogenbosch. Na wijziging van eis heeft Aquvex (kort gezegd) gevorderd Likom te veroordelen tot betaling van de bedragen ƒ 2.735.052,60 en $ 709.796,-- vermeerderd met rente en kosten.
Likom heeft voor alle verweren geconcludeerd tot onbevoegdverklaring van de rechtbank.
De rechtbank heeft zich bij vonnis van 17 maart 2000 onbevoegd verklaard.
Tegen dit vonnis heeft Aquvex hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Bij tussenarrest van 27 november 2001 heeft het hof Aquvex tot bewijslevering toegelaten. Na getuigenverhoren heeft het hof bij eindarrest van 10 augustus 2004 het vonnis waarvan beroep bekrachtigd.
Het eindarrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het eindarrest van het hof heeft Aquvex beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Likom heeft primair geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van Aquvex in haar cassatieberoep en subsidiair tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. Bij gelegenheid van conclusie van dupliek heeft Likom haar primaire niet-ontvankelijkheidsverweer ingetrokken.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Aquvex in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Likom begroot op € 362,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, J.C. van Oven, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in openbaar uitgesproken door de raadsheer W.D.H. Asser op 10 november 2006.