ECLI:NL:HR:2006:AY7459
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt specificatie vordering energiebedrijf voor onbetaalde leveringen
In deze zaak stond centraal of het energiebedrijf Essent haar vordering voldoende had gespecificeerd door overlegging van voorschotnota’s en jaarafrekeningen voor onbetaalde leveringen van water, gas en elektriciteit aan een particulier.
De procedure begon met een dagvaarding door Essent tegen de particulier voor de rechtbank Almelo, waarbij na vermindering van de eis een bedrag van €4.978,34 werd toegewezen. Zowel de particulier als Essent gingen in hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem, waarbij Essent haar eis incidenteel verhoogde met €1.085,37.
Het hof bekrachtigde het tussenvonnis van de rechtbank, vernietigde het eindvonnis voor zover het de particulier veroordeelde tot betaling van €4.978,34 en veroordeelde hem in plaats daarvan tot betaling van €3.469,13, met wettelijke rente. Het hof wees het meer of anders gevorderde af.
De particulier stelde cassatieberoep in tegen dit arrest, maar de Hoge Raad verwierp het beroep zonder nadere motivering, omdat de klachten niet tot cassatie konden leiden en er geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Essent was in cassatie niet verschenen en verstek was verleend.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de particulier wordt verworpen en hij wordt veroordeeld tot betaling van het toegewezen bedrag met wettelijke rente.