ECLI:NL:HR:2006:AY7117
Hoge Raad
- Herziening
- C.J.G. Bleichrodt
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van herzieningsverzoek wegens gebrek aan nieuwe omstandigheden
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een vonnis van de Rechtbank Maastricht uit 1970, waarbij de aanvrager was veroordeeld voor twee feiten van verduistering tot acht maanden gevangenisstraf, waarvan drie maanden voorwaardelijk.
De aanvrager had reeds vier eerdere herzieningsverzoeken ingediend die allen niet-ontvankelijk werden verklaard wegens het ontbreken van nieuwe omstandigheden die het ernstig vermoeden konden wekken dat het onderzoek tot een andere uitkomst had geleid.
Het huidige verzoek steunt op dezelfde gronden als de eerdere verzoeken en wordt daarom eveneens niet-ontvankelijk verklaard. Het enkele feit dat de aanvrager een kwitantie in een oude koffer vond, verandert hier niets aan.
De Hoge Raad bevestigt hiermee de strikte criteria voor herziening en het belang van nieuwe, relevante bewijsmiddelen die bij het oorspronkelijke onderzoek niet bekend waren.
Uitkomst: Het herzieningsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van nieuwe, relevante omstandigheden.