ECLI:NL:HR:2006:AY5782
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Verval van instantie na overlijden eiser in cassatieprocedure
In deze cassatieprocedure was eiser overleden tijdens de procedure, waarna de zaak werd geschorst. Na een periode van meer dan twaalf maanden zonder proceshandeling heeft verweerster, Philips Lighting B.V., verval van instantie gevorderd. De advocaat van de overleden eiser stemde in met deze vordering.
De Hoge Raad oordeelde dat de vordering tot verval van instantie toewijsbaar is omdat deze niet weersproken werd en er langer dan twaalf maanden geen proceshandeling was verricht. De kosten van het geding in cassatie werden gecompenseerd door iedere partij haar eigen kosten te laten dragen.
Het arrest werd gewezen door de vice-president Beukenhorst als voorzitter en raadsheren Van Buchem-Spapens, Numann, Van Oven en Asser, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Numann op 22 september 2006.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de instantie vervallen wegens het overlijden van de eiser en het ontbreken van proceshandelingen gedurende meer dan twaalf maanden.