Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2006:AY5782

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 september 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C03/171HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 225 RvArt. 251 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verval van instantie na overlijden eiser in cassatieprocedure

In deze cassatieprocedure was eiser overleden tijdens de procedure, waarna de zaak werd geschorst. Na een periode van meer dan twaalf maanden zonder proceshandeling heeft verweerster, Philips Lighting B.V., verval van instantie gevorderd. De advocaat van de overleden eiser stemde in met deze vordering.

De Hoge Raad oordeelde dat de vordering tot verval van instantie toewijsbaar is omdat deze niet weersproken werd en er langer dan twaalf maanden geen proceshandeling was verricht. De kosten van het geding in cassatie werden gecompenseerd door iedere partij haar eigen kosten te laten dragen.

Het arrest werd gewezen door de vice-president Beukenhorst als voorzitter en raadsheren Van Buchem-Spapens, Numann, Van Oven en Asser, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Numann op 22 september 2006.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de instantie vervallen wegens het overlijden van de eiser en het ontbreken van proceshandelingen gedurende meer dan twaalf maanden.

Uitspraak

22 september 2006
Eerste Kamer
Nr. C03/171HR
RM/MK
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
gewoond hebbende te [woonplaats], België,
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. B.D.W. Martens,
t e g e n
PHILIPS LIGHTING B.V.,
gevestigd te Eindhoven,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. Y. van Gemerden en mr. R.M. Schutte.
1. Het geding in cassatie
Bij exploot van 21 mei 2003 heeft wijlen [eiser] - verder te noemen: [eiser] - aan verweerster in cassatie - verder te noemen: Philips - aangezegd dat hij beroep in cassatie instelt tegen het tussen partijen in hoger beroep gewezen en op 26 maart 2003 uitgesproken arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch en voorts Philips gedagvaard om op 20 juni 2003 te verschijnen ter terechtzitting van de Hoge Raad.
Philips is in cassatie verschenen en heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten; de advocaat van [eiser] heeft gerepliceerd. Partijen hebben stukken gefourneerd en arrest gevraagd.
Ter rolzitting van 20 februari 2004 is bepaald dat de conclusie van de Procureur-Generaal zal volgen op 18 juni 2004.
Ter rolzitting van 18 juni 2004 heeft de advocaat van [eiser] verzocht het geding op de voet van art. 225 Rv Pro. te schorsen, aangezien [eiser] op 31 mei 2004 was overleden. Hierop is de zaak geschorst. Ter rolzitting van 1 april 2005 is de zaak van de rol gevoerd.
Bij brief van 10 mei 2006 heeft Philips verzocht de zaak op de rol te plaatsen opdat zij verval van instantie kon vorderen. Hierop is de zaak op de rol van 16 juni 2006 geplaatst. Op die zitting heeft Philips verval van instantie gevorderd; de advocaat van wijlen [eiser] heeft ter terechtzitting ingestemd met die vordering.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot toewijzing van het gevorderde verval van instantie, met compensatie van kosten.
2. Beoordeling van de vordering tot verval van instantie
Nu de vordering tot verval van instantie niet is weersproken en in de zaak langer dan twaalf maanden geen proceshandeling is verricht, is de vordering tot verval van instantie toewijsbaar.
3. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart de instantie vervallen;
compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit arrest is gewezen door de vice-president D.H. Beukenhorst als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann, J.C. van Oven en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 22 september 2006.