ECLI:NL:HR:2006:AX8858
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens persoonsverwisseling bij mishandeling
De Hoge Raad behandelde een aanvraag tot herziening van een verstekvonnis van de politierechter te Arnhem, waarbij de aanvrager was veroordeeld voor meermalen gepleegde mishandeling. De aanvraag berustte op het feit dat sprake was van persoonsverwisseling. Bewijsmateriaal, waaronder vluchtgegevens, bankafschriften en een proces-verbaal, ondersteunde deze stelling.
De advocaat-generaal adviseerde de Hoge Raad om de aanvraag gegrond te verklaren, de tenuitvoerlegging van het vonnis op te schorten of te schorsen, en de zaak terug te verwijzen naar het gerechtshof Arnhem voor herbehandeling. De Hoge Raad volgde dit advies en oordeelde dat indien de politierechter op de hoogte was geweest van de juiste feiten, de aanvrager waarschijnlijk vrijgesproken zou zijn.
Hierdoor werd vastgesteld dat er een omstandigheid bestond als bedoeld in artikel 457, eerste lid, aanhef en onder 2°, van het Wetboek van Strafvordering, waardoor de herzieningsaanvraag gegrond was. De Hoge Raad besloot de zaak terug te verwijzen voor een nieuwe behandeling en afdoening.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond wegens persoonsverwisseling en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem.