ECLI:NL:HR:2006:AX8612
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Aftrekbare kosten bij samenloop van inkomsten uit tegenwoordige en vroegere arbeid
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2000 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd, die na bezwaar werd verminderd. Het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond. Belanghebbende stelde cassatie in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad overwoog dat de 'gouden handdruk', een vergoeding wegens ontbinding van de arbeidsovereenkomst, een vergoeding is voor in de toekomst te derven inkomsten en derhalve tot de inkomsten uit arbeid behoort. Voor de aftrekbaarheid van arbeidskosten is het onderscheid tussen inkomsten uit tegenwoordige en vroegere arbeid alleen relevant bij toepassing van forfaits.
Het Hof had terecht geoordeeld dat aftrek van zowel werkelijke kosten als het forfait niet mogelijk is en dat kosten gemaakt voor verwerving van de ontbindingsvergoeding niet als negatieve inkomsten kunnen worden aangemerkt. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het Hof blijft in stand.