ECLI:NL:HR:2006:AX8366
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens valsheid in geschrift ondanks nieuwe uitspraak Centrale Raad van Beroep
De aanvrager was door het gerechtshof Arnhem veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier maanden wegens valsheid in geschrift, omdat hij niet had vermeld dat hij een woning in Duitsland had gekocht en dat hij in Duitsland was gedetineerd. Het herzieningsverzoek baseerde zich op een latere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, waarin werd geoordeeld dat de vermogensvaststelling door het College van burgemeester en wethouders onjuist was.
De Hoge Raad overwoog dat deze nieuwe uitspraak niet leidt tot een ernstig vermoeden dat het onderzoek anders zou zijn verlopen, omdat het niet voldoen aan de verplichting om de formulieren volledig en naar waarheid in te vullen onveranderd blijft. Bovendien was de veroordeling mede gebaseerd op het niet vermelden van de detentie in Duitsland.
Daarom werd het herzieningsverzoek als kennelijk ongegrond afgewezen. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad op 30 mei 2006.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening af en bevestigt de veroordeling voor valsheid in geschrift.