ECLI:NL:HR:2006:AX7782
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- J.C. van Oven
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vaststellingsovereenkomst wegens bedrog afgewezen in geschil over honorarium schadebemiddelaar
In deze zaak stonden gedupeerde beleggers en hun schadebemiddelaar S&B tegenover elkaar over de betaling van een honorarium. De schadebemiddelaar had namens de beleggers een vaststellingsovereenkomst gesloten met een bank over beleggingsschade, welke mede door de beleggers was ondertekend. De beleggers stelden dat de overeenkomst vernietigd moest worden wegens bedrog.
De rechtbank wees de vorderingen van de beleggers grotendeels af en verklaarde de betaling van € 330.225,-- door een van hen aan S&B rechtsgeldig. Ook legde zij een dwangsom op voor het niet retourneren van een bankgarantie. Het hof bekrachtigde dit vonnis en wees ook de incidentele vorderingen af.
De beleggers stelden beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot cassatie konden leiden en verwierp het beroep. Hiermee bleef de rechtsgeldigheid van de vaststellingsovereenkomst en de honorariumbetaling in stand.
De Hoge Raad veroordeelde de beleggers in de kosten van het cassatiegeding, die aan de zijde van S&B nihil werden begroot. De uitspraak werd gedaan door raadsheren Aaftink, de Savornin Lohman, van Oven en uitgesproken door Asser op 8 september 2006.
Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatieberoep en bevestigt rechtsgeldigheid van de vaststellingsovereenkomst en honorariumbetaling.