ECLI:NL:HR:2006:AX6622
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- P.C. Kop
- W.A.M. van Schendel
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen goedkeuring preferente aandeelhouders nodig voor intrekking preferente aandelen Unilever
Deze zaak betreft een verzoek van preferente aandeelhouders van Unilever om in een lopende enquêteprocedure te worden toegelaten en onmiddellijke voorzieningen te treffen tegen het voornemen van Unilever om preferente aandelen in te trekken zonder voorafgaande goedkeuring van deze aandeelhouders. Mellon c.s. voerden aan dat de weigering van Unilever om de intrekking ter goedkeuring voor te leggen een gegronde reden is om aan het beleid van Unilever te twijfelen.
De ondernemingskamer wees het verzoek af, stellende dat de intrekking van preferente aandelen, zoals statutair geregeld, geen afbreuk doet aan de rechten van de houders en dat Unilever niet gehouden is tot voorafgaande goedkeuring. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en benadrukte dat het begrip 'afbreuk aan rechten' in art. 2:99 lid 5 BW Pro restrictief moet worden uitgelegd.
Mellon c.s. stelden dat zij mochten vertrouwen op een hogere inkoopprijs en dat de intrekking het voordeel van verhandelbaarheid wegneemt, maar de Hoge Raad verwierp deze argumenten. Ook een vermeend 'putoptie'-recht kon niet worden vastgesteld in deze procedure en zou slechts leiden tot een geldvordering, niet tot het vereiste van goedkeuring.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van Mellon c.s. en veroordeelde hen in de proceskosten. Hiermee is bevestigd dat Unilever haar statutaire bevoegdheid tot intrekking van preferente aandelen zonder voorafgaande goedkeuring mag uitoefenen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat Unilever niet verplicht is de intrekking van preferente aandelen ter goedkeuring aan de preferente aandeelhouders voor te leggen.