ECLI:NL:HR:2006:AX6579
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- W.A.M. van Schendel
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag voormalig bestuurder
In deze zaak stond een arbeidsgeschil centraal tussen een assurantiebemiddelingsbedrijf en een voormalig bestuurder/statutair directeur. De eiser tot cassatie, voormalig bestuurder, had gesteld dat zijn ontslag kennelijk onredelijk was en vorderde een schadeloosstelling van ƒ 975.000,--, althans een door de rechtbank vast te stellen schadevergoeding.
De rechtbank wees het meer of anders gevorderde af en kende slechts een beperkte bruto vergoeding toe. Zowel de eiser als de verweerder stelden hoger beroep in. Het gerechtshof vernietigde het vonnis van de rechtbank en wees de vordering van de eiser af. Hiertegen stelde de eiser beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten in het cassatiemiddel niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was omdat er geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het beroep werd verworpen en de eiser werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof bevestigd.