ECLI:NL:HR:2006:AX6277
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.W. Ilsink
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid fouillering ondanks onjuiste signalering bij verkeerscontrole
Op 4 juli 2002 werd verdachte aangehouden tijdens een algemene verkeerscontrole omdat hij gesignaleerd stond voor uitlevering aan Spanje. Op het politiebureau werd hij onderworpen aan een insluitingsfouillering waarbij een vuurwapen in zijn tas werd aangetroffen, nadat hij dit zelf had gemeld. Verdachte werd in verzekering gesteld wegens verdenking van overtreding van de Wet wapens en munitie (WWM).
Later bleek dat de signalering onjuist was en dat niet verdachte maar een ander persoon gesignaleerd stond. Verdachte werd daarop heengezonden. De verdediging voerde aan dat de aanhouding onrechtmatig was en dat dit een vormverzuim opleverde op grond van artikel 359a Wetboek van Strafvordering, wat zou moeten leiden tot strafvermindering.
Het hof verwierp dit verweer en stelde dat de onrechtmatige aanhouding niet had plaatsgevonden in het kader van het voorbereidend onderzoek naar de tenlastegelegde feiten. Ook werd meegewogen dat de tijd die verdachte in verzekering had doorgebracht in mindering werd gebracht op de straf. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep, waarmee de veroordeling tot vier maanden gevangenisstraf voor overtreding van de WWM in stand bleef.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling tot vier maanden gevangenisstraf ondanks de onjuiste signalering en onrechtmatige aanhouding.