ECLI:NL:HR:2006:AX5738
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in zaak aanmerkelijke nalatigheid en feitelijke leiding
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor het feit dat hij feitelijke leiding zou hebben gegeven aan een rechtspersoon die aanmerkelijk nalatig handelde, wat leidde tot de dood van een ander. Het hof sprak verdachte vrij van het primaire tenlastegelegde, maar veroordeelde hem voor het subsidiaire feit tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf.
Verdachte stelde in cassatie onder meer dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat sprake was van aanmerkelijk nalatig handelen en dat hij daaraan feitelijk leiding had gegeven. De Hoge Raad verwijst naar de conclusie van de Advocaat-Generaal en bevestigt dat het hof zijn oordeel voldoende heeft gemotiveerd en dat dit oordeel niet onjuist of onbegrijpelijk is.
Het cassatieberoep faalt daarmee en wordt verworpen. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om ambtshalve in te grijpen. De uitspraak bevestigt de vereisten voor een beroep op afwezigheid van alle schuld (avas) en de criteria voor feitelijke leiding bij nalatig handelen met ernstige gevolgen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en de veroordeling blijft in stand.