ECLI:NL:HR:2006:AW3583
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatieberoep zonder nadere motivering
Op 20 juni 2006 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van verdachte verworpen tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem van 25 maart 2005. Het beroep was ingesteld door verdachte en werd ondersteund door zijn raadsman, mr. W.J.E. Hendriks. De Advocaat-Generaal Vellinga had geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad nam kennis van het schriftelijk commentaar van de raadsman op de conclusie van de Advocaat-Generaal. De middelen van cassatie konden echter niet leiden tot cassatie. Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Strafvordering was geen nadere motivering vereist, omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad oordeelde dat er ook geen ambtshalve gronden waren om het bestreden arrest te vernietigen. Daarom werd het beroep verworpen. Het arrest werd gewezen door de vice-president C.J.G. Bleichrodt als voorzitter en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, en uitgesproken op 20 juni 2006.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen zonder nadere motivering.