ECLI:NL:HR:2006:AV9439
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bank voor vermogensschade bij putopties
De zaak betreft een geschil tussen een klant en een bank over de aansprakelijkheid van de bank als beleggingsadviseur voor vermogensschade die de klant heeft geleden bij door de bank bemiddelde transacties in putopties.
De klant vorderde een schadevergoeding van ruim € 67.000,- plus rente en incassokosten, maar de rechtbank wees deze vordering af. In hoger beroep vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de bank tot betaling van een bedrag van € 16.858,94 met rente, waarbij de proceskosten tussen partijen werden gecompenseerd.
De klant stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen beide arresten van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en verwierp het beroep zonder nadere motivering, mede omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
De Hoge Raad veroordeelde de klant in de kosten van het geding in cassatie, begroot aan de zijde van de bank op € 2.101,34 aan verschotten en € 2.200,- voor salaris. Hiermee bleef het arrest van het hof in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de klant wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd.