ECLI:NL:HR:2006:AV7387
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Verbod op uitlevering wegens reëel gevaar van foltering in Turkije
In deze zaak vordert een Koerdische vrouw, lid van de PKK, dat de Nederlandse Staat wordt verboden haar uit te leveren aan Turkije wegens een reëel risico op foltering en schending van haar mensenrechten. De Minister van Justitie had de uitlevering toegestaan na toezeggingen van Turkije over naleving van mensenrechten.
De voorzieningenrechter verbood de uitlevering, en het hof bekrachtigde dit verbod. Het hof oordeelde dat ondanks verbeteringen in Turkije het risico op marteling niet is verdwenen en dat de garanties van Turkije onvoldoende concreet en specifiek zijn om het risico weg te nemen.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat de toezeggingen onvoldoende waarborgen bieden dat de vrouw niet zal worden gemarteld of onmenselijk behandeld. De toetsing van het uitleveringsbesluit door de burgerlijke rechter moet volledig zijn, zeker bij schending van artikel 3 EVRM Pro. Het beroep van de Staat wordt verworpen en de kosten worden aan de Staat opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt het verbod op uitlevering wegens onvoldoende garanties tegen foltering.