ECLI:NL:HR:2006:AV7190
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Herstel van fout bij schatting wederrechtelijk verkregen voordeel in ontnemingszaak
In deze ontnemingszaak heeft het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch de betrokkene veroordeeld tot betaling van een bedrag van €110.582,- als wederrechtelijk verkregen voordeel. De betrokkene stelde in cassatie dat het hof ten onrechte voordeel uit soortgelijke feiten had betrokken die nog onderwerp waren van een afzonderlijke strafrechtelijke vervolging.
De Hoge Raad oordeelt dat deze stelling geen steun vindt in het recht en dat het hof het voordeel uit die soortgelijke feiten terecht heeft meegewogen bij de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Tevens constateert de Hoge Raad ambtshalve dat het hof bij de berekening een bedrag van €226,- ten onrechte niet in mindering had gebracht.
De Hoge Raad vernietigt daarom het bestreden arrest voor zover het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel en de betalingsverplichting betreft en stelt deze vast op €110.356,-. Voor het overige wordt het cassatieberoep verworpen. Hiermee wordt de betalingsverplichting van de betrokkene aan de Staat definitief vastgesteld.
Deze uitspraak benadrukt dat het bestaan van een lopende strafprocedure over soortgelijke feiten niet verhindert dat het voordeel uit die feiten wordt betrokken bij een ontnemingsvordering. De Hoge Raad corrigeert tevens de fout in de berekening van het bedrag, waarmee recht wordt gedaan aan een nauwkeurige toepassing van de ontnemingsregels.
Uitkomst: De Hoge Raad herstelt een fout in de berekening en stelt het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel en de betalingsverplichting vast op €110.356,-.