ECLI:NL:HR:2006:AV6209
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verstekvonnis en recht op aanwezigheid bij terechtzitting
In deze strafzaak heeft de Hoge Raad het arrest van het Gerechtshof Leeuwarden van 31 augustus 2004 deels vernietigd. De zaak betrof een verstekvonnis wegens afwezigheid van de verdachte op de terechtzitting, ondanks dat de dagvaarding rechtsgeldig was betekend op het toenmalige GBA-adres. De verdachte had getracht zijn adreswijziging door te geven, maar dit was niet tijdig verwerkt.
De Hoge Raad bevestigt dat bij een rechtsgeldige betekening en afwezigheid van verdachte noch zijn raadsman, het vermoeden geldt dat de verdachte vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn recht op aanwezigheid. Dit vermoeden geldt tenzij uit stukken of ter terechtzitting duidelijke aanwijzingen blijken dat dit niet het geval is. In dat geval moet het onderzoek worden geschorst om de verdachte alsnog in de gelegenheid te stellen aanwezig te zijn.
In deze zaak ontbraken zulke aanwijzingen en was de brief van de verdachte met adreswijziging niet aantoonbaar ontvangen door het ressortsparket. Het hof hoefde daarom het onderzoek niet te schorsen en hoefde dit ook niet te onderzoeken. Wel oordeelt de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro is overschreden, hetgeen leidt tot strafvermindering. De Hoge Raad vermindert de opgelegde gevangenisstraf met twee maanden en drie weken en verwerpt het beroep voor het overige.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de gevangenisstraf wegens overschrijding van de redelijke termijn en verwerpt het beroep voor het overige.