ECLI:NL:HR:2006:AV6085
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt voorlopige machtiging psychiatrische opname wegens ontbreken bevoegd verzoek officier van justitie
In deze zaak ging het om een verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een voorlopige machtiging voor het voortduren van de opname van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis. Tijdens de zitting was de officier van justitie afwezig, maar de rechtbank verleende toch een voorlopige machtiging onder de ontbindende voorwaarde dat de officier binnen enkele dagen een dergelijk verzoek zou indienen.
De officier van justitie diende later alsnog een verzoek in, waarna de rechtbank schriftelijk een voorlopige machtiging afgaf. De Hoge Raad oordeelde echter dat de rechtbank niet ambtshalve een andere machtiging mocht verlenen dan het verzoek van de officier van justitie, zoals voorgeschreven in art. 2 lid 1 Wet Pro Bopz. De ontbindende voorwaarde was niet rechtsgeldig en strookte niet met de rechtszekerheid, de Grondwet en het EVRM.
De Hoge Raad vernietigde daarom de beschikking van de rechtbank en verwees de zaak terug voor verdere behandeling. Hiermee werd benadrukt dat gedwongen opname alleen kan plaatsvinden op basis van een geldig en tijdig verzoek van de officier van justitie, waarbij rechtszekerheid en de fundamentele rechten van de betrokkene gewaarborgd moeten zijn.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking tot voorlopige machtiging wegens ontbreken van een geldig verzoek van de officier van justitie en verwijst de zaak terug naar de rechtbank.