ECLI:NL:HR:2006:AV6084

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 april 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R05/157HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens tekortkoming schuldenaar

De rechtbank Breda heeft op 20 mei 2003 de definitieve toepassing van de schuldsanering uitgesproken ten aanzien van eisers. Na een schriftelijk advies van de bewindvoerder en de rechter-commissaris om de regeling te beëindigen, heeft de rechtbank op 15 augustus 2005 vastgesteld dat eisers toerekenbaar zijn tekortgeschoten in de nakoming van verplichtingen uit de schuldsanering. De rechtbank beëindigde daarop de schuldsaneringsregeling en benoemde een rechter-commissaris in het faillissement dat daarop volgde.

Eisers stelden hiertegen hoger beroep in bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch, dat het vonnis van de rechtbank op 21 november 2005 bekrachtigde. Vervolgens werd beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was. Het beroep werd verworpen en het arrest van het hof bleef in stand, waarmee de beëindiging van de schuldsaneringsregeling definitief werd bevestigd.

Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens tekortkoming van de schuldenaar.

Uitspraak

7 april 2006
Eerste Kamer
Rek.nr. R05/157HR
RM/JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiser 1],
2. [Eiseres 2],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. M.L. Kleyn.
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij vonnis van 20 mei 2003 heeft de rechtbank te Breda ten aanzien van eisers tot cassatie - verder te noemen: [eiser] c.s. - de definitieve toepassing van de schuldsanering uitgesproken.
In verband met een voorstel tot beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling heeft de bewindvoerder op 13 juni 2005 schriftelijk verslag aan de rechter-commissaris uitgebracht. In dat verslag heeft de bewindvoerder geadviseerd tot beëindiging van de schuldsaneringsregeling over te gaan. De rechter-commissaris heeft zich bij het oordeel van de bewindvoerder aangesloten.
Na mondelinge behandeling op 8 augustus 2005 heeft de rechtbank bij vonnis van 15 augustus 2005 vastgesteld dat [eiser] c.s. toerekenbaar zijn tekortgeschoten in de nakoming van één of meer uit de schuldsanering voortvloeiende verplichtingen, de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigd en, voor het geval deze uitspraak in kracht van gewijsde gaat, waardoor schuldenaar van rechtswege in staat van faillissement verkeert, in dat faillissement een rechter-commissaris benoemd.
Tegen dit vonnis hebben [eiser] c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Bij arrest van 21 november 2005 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, P.C. Kop en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 7 april 2006.