ECLI:NL:HR:2006:AV2663

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 juni 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R05/164HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • H.A.M. Aaftink
  • O. de Savornin Lohman
  • J.C. van Oven
  • E.J. Numann
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt faillissement overnemende partij na geschil werknemers

Verweerders hebben bij de rechtbank Amsterdam verzocht om verzoekster, de overnemende partij, in staat van faillissement te verklaren. De rechtbank wees dit verzoek af, maar het gerechtshof Amsterdam vernietigde deze beschikking en verklaarde verzoekster failliet. Tevens benoemde het hof een curator en rechter-commissaris.

Verzoekster stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van verzoekster verworpen, waarmee het faillissement definitief werd bevestigd. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was gezien artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad veroordeelde verzoekster tevens in de kosten van het geding in cassatie. Het arrest werd gewezen door een kamer van raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 2 juni 2006.

Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatieberoep en bevestigt faillissement overnemende partij.

Uitspraak

2 juni 2006
Eerste Kamer
Rek.nr. R05/164HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoekster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. drs. R.A. van der Hansz,
t e g e n
1. [Verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Verweerder 2],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. R.F. Thunnissen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 5 oktober 2005 ter griffie van de rechtbank te Amsterdam ingediend verzoekschrift hebben verweerders in cassatie - verder te noemen: [verweerder] c.s. - zich gewend tot die rechtbank en verzocht verzoekster tot cassatie - verder te noemen: [verzoekster] - in staat van faillissement te verklaren.
[Verzoekster] heeft het verzoek bestreden.
De rechtbank heeft bij beschikking van 2 november 2005 het verzoek afgewezen.
Tegen deze beschikking hebben [verweerder] c.s. hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij arrest van 6 december 2005 heeft het hof de uitspraak waarvan beroep vernietigd, [verzoekster] in staat van faillissement verklaard en een rechter-commissaris en een curator benoemd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] c.s. hebben verzocht het beroep te verwerpen.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [verzoekster] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op € 362,34 aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 2 juni 2006.