ECLI:NL:HR:2006:AV2642

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 april 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C05/085HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing vernietiging vaststellingsovereenkomst na ontslag op staande voet

De zaak betreft een arbeidsgeschil tussen een advocatenkantoor en een voormalige advocaat-stagiaire die op staande voet werd ontslagen. De eiseres stelde dat de vaststellingsovereenkomst van 23 augustus 2001 en het ontslag op staande voet van 31 augustus 2001 vernietigbaar waren en vorderde betaling van achterstallig salaris, onkostenvergoeding en schadevergoeding.

De kantonrechter wees de vordering tot vernietiging van de vaststellingsovereenkomst af, kende de loonvorderingen toe en compenseerde de proceskosten. Het hof verklaarde het hoger beroep van de verweerster niet-ontvankelijk, vernietigde het vonnis voor zover het de veroordeling van de verweerster betrof, wees de vorderingen van de eiseres af en veroordeelde haar in de kosten.

De eiseres stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en wees het beroep af. De eiseres werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee bleef het arrest van het hof in stand.

Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de afwijzing van de vorderingen van de voormalige advocaat-stagiaire.

Uitspraak

21 april 2006
Eerste Kamer
Nr. C05/085HR
JMH/RM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. J. Groen,
t e g e n
[Verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - heeft bij exploot van 24 december 2001 verweerster in cassatie - verder te noemen: [verweerster] - gedagvaard voor de rechtbank, sector kanton, te Middelburg, locatie Terneuzen, en gevorderd bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
1. te verklaren voor recht dat de vaststellingsovereenkomst van 23 augustus 2001 vernietigbaar is;
2. te verklaren voor recht dat het gegeven ontslag op staande voet op 31 augustus 2001 vernietigbaar is;
3. [verweerster] te veroordelen om binnen zeven dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis, althans binnen een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen termijn, aan [eiseres] te betalen het salaris over de maanden september, oktober en november 2001 (tot 22 november 2001, namelijk een bedrag van ƒ 13.602,-- (bruto) inclusief 8% vakantietoeslag, de onkostenvergoeding over de maanden augustus, september, oktober en november (tot 22 november 2001) namelijk een bedrag van ƒ 654,--, de wettelijke verhoging over het brutosalaris van voormelde maanden, namelijk een bedrag van ƒ 312,-- en de wettelijke rente tot aan de dag der algehele voldoening over het brutosalaris, de onkostenvergoeding en de wettelijke verhoging;
4. de wettelijke verhoging en de wettelijke rente tot aan de dag der algehele voldoening van de 8% vakantietoeslag over de maand juli 2001;
5. een schadevergoeding over de maand november 2001 (tot 22 november 2001) waarop de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd eindigt tot en met 31 december 2002, de datum waarop de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd behoorde te eindigen, hetgeen neerkomt op een bedrag gelijk aan het brutosalaris inclusief 8% vakantietoeslag over voornoemde periode, tot een totaalbedrag van ƒ 68.560,-- en de wettelijke rente tot aan de dag der algehele voldoening;
6. alles met veroordeling van [verweerster] in de kosten van dit geding.
[verweerster] heeft de vorderingen bestreden.
De kantonrechter heeft bij tussenvonnis van 20 februari 2002 een comparitie van partijen gelast. Bij eindvonnis van 28 augustus 2002 heeft de kantonrechter [eiseres] niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot verklaring voor recht dat de vaststellingsovereenkomst van 23 augustus 2001 vernietigbaar is, de loonvordering (salaris, vakantietoeslag en onkostenvergoeding) over de periode september 2001 tot en met 21 november 2001, met wettelijke verhoging en wettelijke rente,toegewezen, zoals in het dictum vermeld, en de proceskosten tussen partijen gecompenseerd.
Tegen beide vonnissen van de kantonrechter heeft [verweerster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. Tegen het vonnis van 28 augustus 2002 heeft [eiseres] incidenteel hoger beroep ingesteld.
Bij arrest van 12 november 2004 heeft het hof:
in het principaal appel:
- [verweerster] niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen het vonnis van 20 februari 2002;
- het vonnis van de Kantonrechter te Terneuzen van 28 augustus 2002 vernietigd, voor zover aan zijn oordeel onderworpen (te weten de daarin opgenomen veroordeling van [verweerster] alsmede de beslissing met betrekking tot de proceskosten) en, opnieuw rechtdoende:
- de vorderingen van [eiseres] afgewezen;
- [eiseres] veroordeeld in de kosten van de eerste aanleg en van het hoger beroep;
- de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad verklaard;
in het incidenteel appel:
- het beroep verworpen en
- [eiseres] veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding en is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen de niet verschenen [verweerster] is verstek verleend.
De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 8 februari 2006 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, J.C. van Oven en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 21 april 2006.