ECLI:NL:HR:2006:AV2354
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep bij vrijspraak en geldboete onder €250
De verdachte werd primair beschuldigd van het opzettelijk lozen van afvalstoffen in oppervlaktewater, een misdrijf, en subsidiair van een overtreding. Hij werd vrijgesproken van het misdrijf, maar veroordeeld tot geldboetes van €100 per overtreding.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het gerechtshof dat hem veroordeelde tot deze geldboetes. De Hoge Raad oordeelde dat het cassatieberoep niet ontvankelijk was omdat de verdachte geen rechtens te respecteren belang had bij het aanvechten van de vrijspraak en de opgelegde geldboetes lager waren dan het wettelijke maximum van €250 waarvoor cassatie mogelijk is.
Hierdoor werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Dit arrest verduidelijkt de grenzen van ontvankelijkheid in cassatie bij gecombineerde misdrijven en overtredingen met lage geldboetes.
Uitkomst: De verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep wegens geldboetes onder €250 en gebrek aan belang bij aanvechting van vrijspraak.