ECLI:NL:HR:2006:AV2325
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- D.G. van Vliet
- L. Monné
- P. Lourens
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing vrijstelling niet-reinigbare grond in afvalstoffenbelasting
Belanghebbende exploiteerde een afvalverwerkingsinrichting en kreeg een naheffingsaanslag afvalstoffenbelasting opgelegd over de jaren 1995 tot en met 1997. Deze aanslag werd verminderd na bezwaar en beroep bij het Hof, dat oordeelde dat vrijstelling van afvalstoffenbelasting voor niet-reinigbare grond geldt als een A-verklaring is afgegeven, ongeacht de ouderdom van die verklaring.
De Staatssecretaris en belanghebbende stelden beiden cassatieberoep in tegen het Hofarrest. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep van de Staatssecretaris gegrond en dat van belanghebbende ongegrond te verklaren. De Hoge Raad oordeelde dat de mededeling van de instantie die de A-verklaring afgeeft, dat de verklaring slechts zes maanden geldig zou zijn, niet betekent dat de verklaring haar wettelijke bewijskracht verliest na die termijn.
De Hoge Raad verklaarde beide beroepen ongegrond en veroordeelde de Staatssecretaris in de kosten van het cassatieproces. Hiermee werd bevestigd dat de vrijstelling van afvalstoffenbelasting voor niet-reinigbare grond ook geldt als de A-verklaring ouder is dan zes maanden, mits deze niet is ingetrokken of gewijzigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart beide cassatieberoepen ongegrond en bevestigt de geldigheid van A-verklaringen ouder dan zes maanden voor vrijstelling van afvalstoffenbelasting.