ECLI:NL:HR:2006:AV1579
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- P.C. Kop
- W.A.M. van Schendel
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Vaststelling kinderalimentatie en draagkracht vader in geschil tussen ouders
De zaak betreft een geschil tussen de vader en moeder van een minderjarig kind over de hoogte van de kinderalimentatie en de draagkracht van de vader. De moeder verzocht de rechtbank om vaststelling van de bijdrage van de vader in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind, met ingang van verschillende data.
De rechtbank bepaalde bij beschikking dat de vader vanaf 1 mei 2004 een bedrag van €400 per maand moest betalen, verhoogd met eventuele uitkeringen ten behoeve van het kind. De vader stelde hoger beroep in tegen deze beschikking. Het gerechtshof vernietigde de beschikking van de rechtbank en stelde de bijdrage vast op €63 per maand vanaf dezelfde datum.
De moeder stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het oordeel van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en wees het beroep af. De beslissing werd genomen door de raadsheren Aaftink, Kop en Van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door Bakels op 21 april 2006.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de verlaging van de kinderalimentatie door het hof.