ECLI:NL:HR:2006:AV1372
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Aftrek van rente op lening voor onderhoud en verbetering eigen woning
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2000 een aanslag opgelegd die na bezwaar werd verminderd. Het hof verklaarde het beroep gegrond en oordeelde dat de rente op een hypothecaire lening van ƒ 1.250.000, waarvan ƒ 489.867 werd gebruikt voor de verbouwing van de eigen woning, aftrekbaar was.
De Hoge Raad stelt vast dat in 2000, afgezien van voorbereidingskosten van ƒ 41.063, geen betalingen voor de verbouwing plaatsvonden. Hierdoor kan het genoemde bedrag in dat jaar nog niet als schuld worden beschouwd waarvan de rente aftrekbaar is. Het middel van de Staatssecretaris slaagt en het arrest van het hof wordt vernietigd, behoudens het griffierecht.
De zaak wordt verwezen naar het hof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling, waarbij rekening moet worden gehouden met het besluit van de Staatssecretaris van Financiën uit 2005 dat onder bepaalde omstandigheden volledige renteaftrek over de eerste zes maanden na leningverstrekking toestaat. De Hoge Raad wijst proceskostenveroordeling af en laat vergoeding van kosten aan het verwijzingshof over.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak verwezen voor nadere behandeling met inachtneming van het arrest en het besluit van de Staatssecretaris.