ECLI:NL:HR:2006:AV1110
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over recht op concentratie van strafprocedures en ne bis in idem-beginsel
De zaak betreft een geschil tussen een gedetineerde en de Staat over de weigering van het Openbaar Ministerie (OM) om haar te vervolgen voor een strafbaar feit gepleegd in Frankrijk. De eiseres was in Nederland veroordeeld voor een soortgelijk feit en verzocht het OM om ook het Franse feit in Nederland te vervolgen. Het OM weigerde dit omdat de Franse autoriteiten zelf het feit wilden vervolgen.
De eiseres stelde dat naast het ne bis in idem-beginsel ook een beginsel van goede interstatelijke procesorde bestaat dat haar recht geeft op concentratie van strafprocedures in Nederland. De voorzieningenrechter wees haar vordering af en de Hoge Raad bevestigde dit oordeel. Volgens de Hoge Raad bestaat in het Nederlandse en Europese strafrecht geen dergelijk beginsel dat het OM verplicht om alle strafbare feiten in Nederland te vervolgen.
De Hoge Raad benadrukte dat het ne bis in idem-beginsel, zoals neergelegd in art. 54 van Pro de Schengen Uitvoeringsovereenkomst, hier niet rechtstreeks van toepassing was. Ook verwees zij naar het ontbreken van een Europees aanhoudingsbevel of overleveringsprocedure. De beslissing van het OM om het Franse feit aan Frankrijk over te laten was begrijpelijk en niet onrechtmatig.
Het beroep van de eiseres werd verworpen en zij werd veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak bevestigt de beleidsvrijheid van het OM in vervolgingsbeslissingen en beperkt de mogelijkheden voor gedetineerden om via civiele procedures vervolgingsbeslissingen aan te vechten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de gedetineerde wordt verworpen; het OM hoeft het Franse feit niet in Nederland te vervolgen.