ECLI:NL:HR:2006:AV0840
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Verbouwing privéwoning fysiotherapeut en aftrekbaarheid praktijkkosten
Belanghebbende, een kinderfysiotherapeut, had in 1995 een navorderingsaanslag inkomstenbelasting ontvangen vanwege een vermeende onjuiste aftrek van verbouwingskosten van haar privéwoning. Het pand, eigendom van belanghebbende, werd deels gebruikt als praktijkruimte door haar en haar man, beiden zelfstandig ondernemers in de fysiotherapie. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag verminderd, maar het beroep van belanghebbende in cassatie werd ongegrond verklaard.
Het geschil betrof de vraag of de kosten van een in 1995 uitgevoerde verbouwing van de woning, die deels werd gebruikt voor praktijkdoeleinden, konden worden afgeschreven als zakelijke kosten. Het Hof oordeelde dat niet aannemelijk was dat belanghebbende deze kosten had gemaakt met het oog op de zakelijke belangen van haar onderneming, maar dat zij deze als eigenaar van het pand had gedragen.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat het niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd was. De middelen van belanghebbende faalden, en er waren geen gronden voor proceskostenveroordeling. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard; de verbouwingskosten zijn niet aftrekbaar als zakelijke kosten.