ECLI:NL:HR:2006:AV0823
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- J.W. van den Berge
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Vaststelling werkelijke gebruik voor omzetbelasting bij gemengd gebruik onroerend goed
Belanghebbende, een maatschap die een huisartsenpraktijk met apotheek exploiteert, kreeg een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over 1999. De Inspecteur handhaafde de aanslag na bezwaar, en het Hof verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende stelde cassatie in tegen het hofarrest.
De kern van het geschil betrof de methode voor de aftrek van omzetbelasting over het zakelijke gedeelte van een woon-praktijkpand dat zowel voor vrijgestelde als belaste prestaties werd gebruikt. De Inspecteur baseerde de naheffing op het werkelijke gebruik van het pand, terwijl belanghebbende de pro rata-methode toepaste.
De Hoge Raad overwoog dat het werkelijke gebruik van het pand, dat deels voor huisartsenzorg en deels voor apotheekactiviteiten wordt gebruikt, niet altijd objectief en nauwkeurig kan worden vastgesteld als de ruimtes niet exclusief voor één activiteit zijn bestemd. Hierdoor is het niet mogelijk om af te wijken van de pro rata-methode op basis van artikel 11 lid 2 van Pro de Uitvoeringsbeschikking.
De Hoge Raad verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het hofarrest en de uitspraak van de Inspecteur, en stelde de aanslag lager vast. Tevens werden de proceskosten aan de zijde van belanghebbende toegewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en vermindert de naheffingsaanslag omzetbelasting tot € 19.370.