ECLI:NL:HR:2006:AV0411
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- J.W. van den Berge
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat sieraden commercieel karakter hebben en niet als kunstvoorwerpen gelden voor omzetbelasting
Belanghebbende was in geschil met de Belastingdienst over de classificatie van bepaalde sieraden voor de omzetbelasting. De vraag was of deze sieraden als kunstvoorwerpen konden worden aangemerkt en daarmee onder een gunstiger belastingregeling vielen.
Na eerdere procedures bij het Gerechtshof en de Hoge Raad, waarbij eerdere uitspraken werden vernietigd en verwezen, oordeelde het Hof te Arnhem dat de sieraden vanwege hun uiterlijke kenmerken en commerciële concurrentiepositie niet als kunstvoorwerpen konden worden beschouwd. Dit oordeel was gebaseerd op jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, waarin werd bepaald dat voorwerpen die gelijkenis vertonen met industriële of ambachtelijke producten en daarmee concurreren, een commercieel karakter hebben.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Het oordeel van het Hof dat de sieraden niet onder post 9703 van de Gecombineerde Nomenclatuur vallen, berust op een juiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. De Hoge Raad zag geen aanleiding tot nadere motivering en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de sieraden worden als commerciële voorwerpen belast.